NFS-service
NFS-service biedt Linux-clients toegang tot gegevens op dit DiskStation-apparaat.
Om NFS-service in te schakelen:
- Ga naar Configuratiescherm > Bestandsservices > Win/Mac/NFS en schakel het selectievakje NFS inschakelen in.
- Klik op Toepassen.
Opmerking:
- DiskStation ondersteunt NFSv2, NFSv3 en NFSv4.
- Bij het koppelen kan de parameter -o vers=2, -o vers=3 of -o vers=4 aan de koppelopdracht worden toegevoegd om aan te geven welke NFS-versie moet worden gebruikt.
Om toegangsmachtigingen van Linux-clients tot een gedeelde map in te stellen
Ga naar Configuratiescherm > Gedeelde map. Selecteer een gedeelde map en klik op Bewerken om NFS-regels te beheren en de toegangsrechten tot deze gedeelde map voor Linux-clients te reguleren.
NFSv4-ondersteuning instellen
U kunt zelf bepalen of uw NFS server NFSv4 ondersteunt. Door deze optie in te schakelen worden NFSv2, NFSv3 en NFSv4 door de NFS server ondersteund, anders alleen NFSv2 en NFSv3.
Om NFSv4-ondersteuning in te schakelen:
- Schakel het selectievakje NFSv4-ondersteuning inschakelen in.
-
In het veld NFSv4-domein vult u de naam van het NFSv4-domein in dat u wilt gebruiken. Dit veld is optioneel en mag leeg blijven.
-
Klik op Toepassen.
Opmerking:
gebruikt u NFSv4 om een gedeelde map te koppelen, let dan op het volgende. Zo niet, zullen de bestandshandelingen met de gebruikersnaam mislukken.
- De NFS-client moet idmapd inschakelen.
- De NFSv4-domeininstellingen in het idmapd.conf-bestand op uw NFS-client moet consistent zijn met het veld NFSv4-domein op DiskStation.
Standaard UNIX-machtigingen toepassen
Bij de inschakeling van Standaard UNIX-machtigingen toepassen worden de bij Linux-client ingestelde standaard UNIX-machtigingen van kracht bij het uploaden of maken van bestanden en mappen in plaats van de Windows ACL-machtigingen. Toegepaste machtigingen zijn hetzelfde als machtigingen die worden toegepast met de UNIX-opdracht umask. Door deze optie in te schakelen geldt 644 als UNIX-machtiging voor bestanden en 755 voor mappen. Door deze optie uit te schakelen geldt 666 als UNIX-machtiging voor bestanden en 777 voor mappen. De standaard umask-waarde is 022.
Opmerking:
- Voor Windows ACL-ingeschakelde gedeelde mappen (alle gedeelde mappen, exclusief "photo" en gedeelde mappen op externe schijven) voert u de opdracht chmod uit op uw Linux- of FTP-client om de map- en bestandsmachtigingstypes te wijzen van Windows ACL naar UNIX.
- Door het inschakelen van deze optie kunnen inconsistente machtigingsproblemen tussen verschillende protocollen ontstaan. Om inconsistenties te vermijden raden wij u aan om deze optie uitgeschakeld te laten.
Aangepaste poort
U kunt de poortnummers voor statd- en nlockmgr-services aanpassen.
Om poortnummers aan te passen:
- selecteer Aangepaste poorten.
- Voer de poortnummers in bij statd poort en nlockmgr poort.
-
Klik op Toepassen.
Opmerking:
- om NFSv3-services te gebruiken, ga naar Configuratiescherm > Beveiliging > Firewall en maak een firewallregel aan die "Mac/Linux bestandsserver" inschakelt in de lijst ingebouwde toepassingen.
Lees-/schrijfpakketgrootte instellen
Kan de lees-/schrijfpakketgrootte niet worden ingesteld op uw NFS-client, dan kunt u de standaardwaarde in dit veld aangeven.
Om de lees-/schrijfpakketgrootte in te stellen:
- Selecteer de gewenste pakketgrootte in de velden Pakketgrootte lezen en Pakketgrootte schrijven.
-
Klik op Toepassen.
-
Koppel de gedeelde map opnieuw.
Opmerking:
- na wijziging van de lees-/schrijfpakketgrootte moet de gedeelde map opnieuw worden gekoppeld voordat de nieuwe instellingen van kracht kunnen worden.
- Deze instellingen zijn alleen van invloed op NFS-clients die verbinding maken via UDP (User Datagram Protocol).
Kerberos-instellingen*
Kerberos is een netwerkverificatieprotocol. Hiermee kunnen clients en servers over een onbeveiligd netwerk communiceren en via verificatie hun id's op veilige wijze aan elkaar bewijzen. DiskStation biedt opties om een bestaande Kerberos-sleutel te importeren. Na het importeren kunnen NFS-clients het Kerberos-verificatieprotocol gebruiken voor verbinding met de DiskStation.
Om een Kerberos-sleutel te importeren:
- klik op Kerberos-instellingen.
- Klik op de knop Importeren.
- Selecteer de Kerberos-sleutel die u wilt importeren.
- Klik op OK.
Kerberos ID-toewijzing
U kunt individuele Kerberos-principals toewijzen aan lokale DSM-gebruikersaccounts.
Om Kerberos-principals toe te wijzen aan lokale DSM-gebruikersaccounts:
- klik op Kerberos-instellingen.
- Ga naar het tabblad ID-toewijzing.
- Klik op de knop Toevoegen. Selecteer een van de volgende opties.
- ID-toewijzing: voer de Kerberos-principal en de lokale gebruikersaccount in voor de toewijzing.
- Voorgestelde toewijzingslijst: deze optie toont een lijst van voorgestelde Kerberos-principal/lokale gebruiker-toewijzingsopties die door het systeem worden gegenereerd.
Opmerking:
- wilt u een NFS-client toewijzen die verbinding maakt via Kerberos met een bestaande Domein/LDAP-gebruikersaccount dan moet u de daadwerkelijke koppeling met de directory-server controleren. Bovendien moet de directory-server over een kenmerk beschikken dat de desbetreffende Kerberos-principal bevat.
- Domeingebruiker: de indeling van het desbetreffende kenmerk moet userPrincipalName zijn.
- LDAP-gebruiker: de indeling van het desbetreffende kenmerk moet GSSAuthName zijn.
- Kan de gebruiker niet worden toegewezen aan een lokale gebruiker of domein/LDAP-gebruiker dan wordt de gebruiker toegewezen aan "guest".
- De toewijzingsprioriteit is als volgt: Lokale gebruiker > Domein/LDAP-gebruiker > Guest.
- Als u de toegangsrechten van NFS-clients wilt wijzigen, gebruikt u de Toegangsbeheerlijst Windows (ACL). De rechtenopties onder Configuratiescherm > Gebruiker zijn niet van toepassing voor NFS-clients.
____
* Alleen beschikbaar op bepaalde modellen.