Toepassingsportaal
Met het toepassingsportaal kunt u de verbindingsinstellingen van verschillende toepassingen configureren zodat u in een onafhankelijk browservenster toegang heeft tot deze toepassingen en ze kunt uitvoeren.
Zo kunt u bijvoorbeeld File Station in uw webbrowser openen door http://:diskstation:5000/file/ in te voeren. Beschikbare verbindingsinstellingen omvatten aangepaste aliassen, HTTP- en HTTPS-poorten. Deze instellingen vindt u in Configuratiescherm > Toepassingsportaal.
Opmerking:
met toepassingsportaal kunt u toegangsinstellingen van verschillende toepassingen bewerken, zoals Audio Station, Download Station, Surveillance Station, Video Station, File Station en andere toepassingen.
Alias aanpassen
Met een aangepaste alias kunt u in uw webbrowser bijvoorbeeld een toepassing als File Station openen door het adres http://:diskstation:5000/file/ in te voeren.
Een aangepaste alias inschakelen:
- selecteer een toepassing.
- Klik op Bewerken.
- In het venster dat verschijnt, schakelt u het selectievakje Aangepaste alias inschakelen in.
- Geef een aangepaste alias op.
Opmerking:
- u kunt het selectievakje Omleiden van inschakelen en een kortere eenvoudig te onthouden alias gebruiken voor toegang tot de geselecteerde toepassing.
- Hieronder vindt u de bijbehorende standaardaliassen van de toepassingen Audio Station, Download Station, Surveillance Station, Video Station en File Station: audio, download, cam, video, file.
- Aliasnamen kunnen niet identiek zijn met namen die voor het systeem gereserveerd zijn of door andere toepassingen worden gebruikt, en moeten uit 2 tot 20 tekens bestaan.
- Aliasnamen kunnen uit kleine en hoofdletters, numerieke tekens en twee speciale tekens (-) en (_) bestaan, maar deze twee tekens mogen niet als eerste en laatste teken in de naam worden gebruikt.
Aangepaste HTTP- of HTTPS-poorten
Met aangepaste HTTP- of HTTPS-poorten kunt u een toepassing openen door een adres als http://:diskstation:7000/file/ of http://diskstation:7001 in te voeren.
Een aangepaste HTTP- of HTTPS-poort inschakelen:
- selecteer een toepassing.
- Klik op Bewerken.
- In het venster dat verschijnt, schakel het selectievakje Aangepaste poort inschakelen (HTTP) of Aangepaste poort inschakelen (HTTPS) in.
- Geef een aangepast poortnummer op.
Opmerking:
- Het bereik van het poortnummer is van 1 tot 65535, maar de volgende poorten zijn voor systeemgebruik gereserveerd en dus niet te gebruiken: 20, 21, 22, 23, 25, 80, 110, 137, 138, 139, 143, 199, 443, 445, 515, 543, 548, 587, 873, 993, 995, 3306, 3689, 5000, 5001, 5005, 5006, 5335, 5432, 6881, 8080, 7000, 7001, 8081, 9997, 9998, 9999, 50001, 50002, eMule standaard poorten: 4662 (TCP), 4672(UDP), en FTP standaard poortbereik: het huidige bereik kan verschillen afhankelijk van het model.