LDAP

Met LDAP kunt u uw DiskStation aanmelden bij een aanwezige adreslijstdienst als een LDAP-client. Vervolgens kunt u gebruikers- of groepsgegevens van een LDAP-server (of "directory server") ophalen. U kunt toegangsrechten van LDAP-gebruikers of -groepen voor DSM-toepassingen en gedeelde mappen instellen, net als bij lokale DSM-gebruikers of -groepen. Meer informatie over LDAP vindt u hier.

De ondersteunde LDAP-standaard is LDAP-versie 3 (RFC 2251).

Uw DiskStation aan directory-service toevoegen:

  1. Ga naar Configuratiescherm > Adreslijstservice
  2. Ga naar het tabblad LDAP en schakel het selectievakje LDAP-client inschakelen in.
  3. Voer het ip-adres of domeinnaam van de LDAP-server in bij het veld LDAP-serveradres.
  4. Kies een coderingstype in de keuzelijst Codering om de LDAP-verbinding met de LDAP-server te versleutelen.
  5. Voer in het veld Base DN de Base DN van de LDAP-server in.
  6. Selecteer het geschikte Profiel in overstemming met uw LDAP-server. Bijvoorbeeld: selecteer Standaard als u Synology Directory Server of Mac Open Directory gebruikt.
  7. Schakel het selectievakje CIFS-platte tekst wachtwoordverificatie inschakelen in zodat LDAP-gebruikers via CIFS toegang krijgen tot de bestanden op DiskStation. Zie onderstaande sectie om te verzekeren dat LDAP-gebruikers via hun computer via CIFS toegang hebben tot bestanden op DiskStation.
  8. Klik op Toepassen.
  9. Voer Bind DN (of LDAP administrator-account) en het wachtwoord in de velden in en klik vervolgens op OK.

Info over CIFS-ondersteuning en de instellingen van de clientcomputer

Zodra CIFS-ondersteuning is ingeschakeld, moeten LDAP-gebruikers eventueel de instellingen van hun computer aanpassen zodat ze via CIFS toegang krijgen tot bestanden op DiskStation:

Om de Windows-instellingen te wijzigen:

  1. Ga naar Start > Uitvoeren, voer in het veld regedit in en klik op OK om de Register-editor te openen.
  2. Afhankelijk van uw Windows-versie, zoekt of maakt u het volgende:
  3. Maak of verander de DWORD-waarde EnablePlainTextPassword en wijzig de waarde van 0 in 1.
  4. Start Windows opnieuw op om de wijziging te activeren.

Om Mac OS X-instellingen aan te passen:

  1. Ga naar Toepassingen > Hulpprogramma's om Terminal te openen.
  2. Maak een leeg bestand /etc/nsmb.conf:
    sudo touch /etc/nsmb.conf
    
  3. Open /etc/nsmb.conf met vi:
    sudo vi /etc/nsmb.conf
    
  4. Voer "i" in om tekst te bewerken en plak de volgende tekst:
    [default]
    minauth=none
  5. Druk op de Esc-toets en voer "ZZ" in om de wijzigingen op te slaan en vi te sluiten.

Om Linux-instellingen aan te passen:

Als u smbclient gebruikt, voeg dan de volgende sleutels toe in het gedeelte [global] van smb.conf:

encrypt passwords = no
client plaintext auth = yes
client lanman auth = yes

Als u mount.cifs gebruikt, voer dan de volgende opdracht uit:

echo 0x30030 > /proc/fs/cifs/SecurityFlags

Voor meer informatie zie https://www.kernel.org/doc/readme/Documentation-filesystems-cifs-README

Over profielen

Verschillende LDAP-servers kunnen verschillende kenmerken gebruiken voor accountnamen, groepnamen of om accounts en groepen te onderscheiden. Met de optie Profiel kunt u aangeven of aanpassen hoe gebruikers- en groepsinformatie worden toegewezen aan LDAP-kenmerken. Afhankelijk van uw LDAP-server kunt u een van de volgende profielen selecteren:

Het aanpassen van LDAP-kenmerktoewijzingen vereist enige basiskennis. Synology DSM en de Profiel-editor volgen RFC 2307. U kunt bijvoorbeeld filter > passwd als userFilter toewijzen waardoor DiskStation records met objectClass=userFilter op uw LDAP-server interpreteert als LDAP-accounts. Specificeert u passwd > uid als username dan zal DiskStation de record username op uw LDAP-server interpreteren als accountsnaam. Door de toewijzing leeg te laten worden de RFC 2307-regels van toepassing.

DiskStation vereist een vaste integer (gehele getal) die als een LDAP-account-id (uidNumber) of een groeps-id (gidNumber) fungeert. Maar niet alle LDAP-servers gebruiken integers (gehele getallen) om dergelijke kenmerken te vertegenwoordigen. Daarom bestaat een trefwoord HASH() om dergelijke kenmerken in integers om te zetten. Zo kan bijvoorbeeld uw LDAP-server het kenmerk userid met een hexadecimale waarde gebruiken als unieke id voor een LDAP-account. In dit geval kunt u passwd > uidNumber instellen op HASH(userid) en vervolgens zal DiskStation het omzetten naar een integer.

Hieronder vindt u een samenvatting van eigenschappen die kunnen worden aangepast:

Over UID/GID-verschuiving

Om UID/GID-conflicten tussen LDAP-gebruikers/groepen en lokale gebruiker/groepen te voorkomen, kunt u UID/GID-verschuiving inschakelen om UID/GID van LDAP-gebruikers/groepen te verschuiven met 1000000. Deze optie is alleen voor LDAP-servers die non-Synology LDAP-servers zijn en die een unieke numerieke ID toewijzen aan elke gebruiker/groep.